In navolging van onze vorige
praktische handleiding rond de invoering van de subsidiaire bescherming op 10
oktober 2006 biedt
De her
-
De
Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen (VBV) treedt op alsof het de Raad
voor Vreemdelingenbetwistingen is;
-
De procedure voor de Raad van State wijzigt voor wat
betreft beroepen tegen arresten van de VBV;
3.
De
derde fase gaat pas in de lente van 2007 van start en dan treedt de volledige
her
De eerste pijler van deze
tweede her
De RVV vervangt de VBV vanaf
een bij koninklijk besluit vastgestelde datum, en uiterlijk één
jaar na de bekendmaking van de wet van 15 september 2006 tot her
Een andere pijler van deze
tweede fase van de asielprocedure is de wijziging van de procedure voor de Raad
van State met als belangrijkste nieuwigheid de invoering van de zgn.
filterprocedure bij de Raad van State.
Beide zaken
worden geregeld in de Wet van 15 september 2006 tot her
Vanaf 1 december is de
procedure hoofdzakelijk schriftelijk.
Opgelet: de nieuwe procedureregels zijn van
toepassing op alle nieuwe beroepen die worden ingediend bij VBV vanaf 1 december,
zijnde de datum van ontvangst op de VBV, en niet de datum van beslissing van
het CGVS.
Daarnaast is de nieuwe procedure ook van toepassing
op alle hangende dossiers bij de VBV waarvoor op 1 december 2006 nog geen
rechtsdag is vastgelegd.
Vanaf 1 december is het in
principe niet meer mogelijk andere middelen aan te voeren dan deze in het
verzoekschrift uiteengezet. De partijen en hun advocaat kunnen hun bemerkingen
mondeling op de zitting toelichten maar enkel voor zover deze werden vermeld in
het verzoekschrift. Het wordt dus
De wet bepaalt echter een uitzondering op de regel
dat het niet mogelijk is ter zitting andere middelen aan te voeren dan die in
het verzoekschrift uiteengezet.
De RVV kan elk nieuw gegeven
in aanmerking nemen dat ter kennis wordt gebracht door de partijen, met
inbegrip van hun verklaringen tijdens de zitting onder de cumulatieve[1]
voorwaarden dat:
De nieuwe wet bepaalt wat in
het verzoekschrift moet worden vermeld en aan welke formaliteiten moet worden
voldaan op straffe van nietigheid[2]:
Volgende zaken worden
bovendien niet op de rol geplaatst:
Een bijzondere procedure is
voorzien voor de voortzetting van de behandeling van de hangende dossiers. Aan
de asielzoeker wiens asielaanvraag op 1 december hangende is bij de VBV (en
zonder rechtsdag bepaald op 1 december) wordt per aangetekende brief gevraagd:
Deze brief zal na 1 december
aangetekend worden verstuurd door de VBV.
Op het ogenblik van het verspreiden van
deze nota had men op de VBV nog geen uitsluitsel over de precieze inhoud van de
brief noch over het feit of deze brief enkel naar de asielzoeker dan wel ook
naar de advocaat zou worden verstuurd. In ieder geval moet de brief naar de
“gekozen woonplaats” worden gestuurd. Zo gauw we meer nieuws hebben
daarover passen we de nota aan. Zie hiervoor www.vluchtelingenwerk.be .
Asielzoekers
moeten in het kader van de asielprocedure een "woonstkeuze" doen bij
de asielinstanties. Een adreswijziging in de gemeente of bij het OCMW of
opvangcentrum volstaat niet om die woonstkeuze te veranderen.
Een
wijziging van woonstkeuze moet per aangetekende brief aan VBV, DVZ en CGVS
worden doorgegeven, voor alle gezinsleden met namen en handtekeningen van alle
meerderjarigen of hun advocaat. Er kan daarvoor een standaardformulier gebruikt
worden dat gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 17/9/2003.
Men moet alleszins binnen de
dertig dagen met een aangetekende brief antwoorden.
Er geldt een vermoeden van
afstand van geding indien de asielzoeker (of zijn advocaat) niet binnen de
dertig dagen reageert(!).
Het gevolg van niet of te
laat reageren is dus een negatieve beslissing.
Opgelet, deze eventuele aanvullingen betreffen niet
enkel de formele vereisten en alle elementen en grieven maar ook eventuele
toepassing van subsidiaire bescherming. Immers, daar waar sinds 10 oktober de
VBV automatisch onderzocht of er eventueel subsidiaire bescherming kan worden
toegekend, zal vanaf 1 december expliciet in het verzoekschrift moeten worden
vermeld waarom de subsidiaire beschermingsstatus van toepassing zou zijn (voor
meer informatie over subsidiaire bescherming zie onze vorige nota).
Vanaf 1 december treedt het
CGVS op voor de VBV als verwerende partij voor alle dossiers, zowel voor de
nieuwe beroepen als voor de hangende zaken, met uitzondering van de dossiers
waarvoor een rechtsdag werd bepaald vóór 1 december.
Het CGVS zal als verwerende
partij een verweernota opstellen en op de zitting optreden als verwerende
partij.
De
partij die niet verschijnt op de zittingsdag wordt in het ongelijk gesteld: als
de asielzoeker of zijn advocaat niet verschijnt, wordt het beroep verworpen;
als het CGVS niet verschijnt, wordt het geacht in te stemmen met de
asielzoeker.
De VBV die optreedt als RVV
blijft vanaf 1/12/2006 enkel bevoegd voor beroepen tegen ontvankelijk maar
ongegrond verklaarde asielbeslissingen van het CGVS. Voor “bevestigende
beslissingen van weigering van verblijf” (= onontvankelijk verklaringen
door CGVS) is de VBV niet bevoegd. Tegen deze beslissingen blijft het bestaande
beroep bij de Raad van State mogelijk.
Ook tegen beslissingen van de
DVZ (bvb. Dublin-beslissing en niet-inoverwegingname meervoudige asielaanvraag)
blijft het bestaande beroep bij de Raad van State mogelijk.
De RVV (en vanaf 1 december
de VBV) zal de beslissingen van het CGVS bevestigen, hervormen of
vernietigen.
Ze kan vernietigen:
-
hetzij wegens substantiële onregelmatigheden die
niet door de RVV kunnen worden hersteld;
-
hetzij omdat essentiële elementen ontbreken zodat
de Raad niet kan komen tot een beslissing zonder dat aanvullend onderzoek wordt
uitgevoerd.
In geval van vernietiging
gaat het dossier terug naar het CGVS. Een belangrijke wijziging ten opzichte
van vroeger is immers, zoals gezegd, dat de RVV (en vanaf 1 december ook de
VBV) geen eigen onderzoeksbevoegdheid heeft. Zij zal dus enkel kunnen beslissen
op basis van het voorliggende dossier.
In geval van bevestiging of
her
De procedure voor de Raad van
State tegen beslissingen van de VBV (die optreedt als RVV) wijzigt vanaf 1
december. Zoals hierboven vermeld blijft de Raad van State bevoegd voor de
cassatieberoepen tegen alle beslissingen van de VBV.
De meest in het oog
springende wijziging aan de cassatieprocedure is de invoering van de procedure
van toelating, d.i. de zogenaamde ‘filterprocedure’ om misbruiken
te vermijden door zgn. dilatoire[5]
beroepen. Bedoeling is het vreemdelingencontentieux zoveel mogelijk te
onttrekken aan de Raad van State.
Let op: voor de beroepen bij
de Raad van State tegen andere beslissingen (bv tegen een bevestigende
beslissing tot weigering van verblijf
door CGVS of tegen een Dublin weigering of weigering tot
inoverwegingname door DVZ) blijft de bestaande procedure bij de Raad van State
voorlopig gelden.
Elk cassatieberoep tegen een
beslissing van de VBV wordt, zodra het op de rol wordt geplaatst, onmiddellijk
onderworpen aan een procedure van toelating, de zgn. filterprocedure.
Volgende verzoeken worden niet
toegelaten:
-
Cassatieberoepen waarvoor de Raad van State niet
bevoegd is of geen rechtsmacht heeft of die kennelijk
onontvankelijk zijn
Volgende verzoeken worden wel
toegelaten:
-
Cassatieberoepen waarvan de middelen een schending van
de wet of een substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven
vormvereiste aanvoeren, voor zover het erin aangevoerde middel niet
kennelijk ongegrond is en voor zover die schending daadwerkelijk van die aard
is dat ze tot cassatie van de bestreden beslissing kan leiden en
de strekking van de beslissing kan hebben beïnvloed; of
-
Cassatieberoepen waarvoor de Raad van State niet
onbevoegd of zonder rechtsmacht is en die niet zonder voorwerp of kennelijk
onontvankelijk zijn en waarvan het onderzoek door de afdeling
noodzakelijk blijkt om te zorgen voor de eenheid van rechtspraak.
Binnen de maand na plaatsing
op de rol zou er in principe een bondig gemotiveerde beslissing over de
toelaatbaarheid moeten vallen. Deze termijn van een maand is voorlopig en wordt
na verloop van tijd teruggebracht tot 8 dagen. Deze termijn is een richttermijn
en is dus niet bindend.
Na een beslissing van
toelaatbaarheid bepaalt de wet een termijn van 6 maanden om uitspraak te doen
over de gegrondheid van het cassatieberoep.
Verder
zijn er nog een aantal punten waarop wij uw aandacht willen vestigen:
-
Een cassatieberoep bij
de Raad van State tegen een arrest van de VBV moet verplicht opgesteld zijn in
de taal die gebruikt werd in de asielprocedure.
-
Een schorsingsberoep
bij de Raad van State (enkel mogelijk tegen beslissingen van administratieve
overheden zoals DVZ of CGVS, niet tegen arresten van een administratieve
rechtbank zoals de VBV) is ofwel een gewoon schorsingsberoep ofwel een
schorsingsberoep bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Men kan beide
schorsingsprocedures vanaf 1 december niet meer cumuleren. Wie een
hoogdringende schorsing inroept kan in geval van afwijzing daarna geen gewoon
schorsingsberoep meer indienen. Een annulatieberoep blijft wel nog mogelijk
(tot 30 dagen na betekening van de bestreden beslissing).
|
Samenvatting
belangrijkste wijzigingen die ingaan op 1 december: -
schriftelijke procedure; -
formaliteiten op straffe van nietigheid; -
overgangsmaatregel voor bepaalde hangende dossiers
bij VBV, antwoord binnen 30 dagen, zo niet vermoeden van afstand van geding; -
CGVS als verwerende partij in beroep; -
nieuwe bevoegdheden VBV ; -
filterprocedure Raad van State voor beroepen tegen
VBV, criteria eenheid van rechtspraak, principiële rechtsvragen of
substantiële procedurefouten, kennelijk onontvankelijk. |
Voor nadere toelichting
bij deze nota kan u steeds contact opnemen met de juridische dienst van

"Deze nota kwam tot
stand mede door de steun van het Europees Vluchtelingenfonds."
Net voor het versturen van
deze nota meldde de Vaste Beroepscommissie ons dat er een beslissing is genomen
omtrent de brieven in verband met de hangende dossiers ( zie nota p. 3).
Voor wat de Nederlandstalige
zaken betreft: deze worden enkel
verstuurd naar de gekozen woonplaats en niet noodzakelijk naar de advocaat!!
Voor wat de Franstalige
zaken betreft: deze brieven worden verstuurd naar de gekozen woonplaats en
naar de advocaat met een vragenlijst om in te vullen.
Met andere woorden:
advocaten in Nederlandstalige dossiers die geen woonplaats op hun kantoor
kiezen dienen rekening te houden met de brieven die hun cliënten zullen ontvangen
en de verplichte aanvullingen op het verzoekschrift en de termijn
hiervoor van 30 dagen, zoniet is er vermoeden van afstand van geding.
We passen de nota zo spoedig
mogelijk aan conform deze belangrijke informatie.
Met vriendelijke groet,
Silvija BASIC
Coördinatrice
EVF-Project Rechtsbijstand
Gaucheretstraat 164
1030
tel.: 02/207.55.05
fax: 02/201.03.76
e-mail: silvija@vluchtelingenwerk.be
website: www.vluchtelingenwerk.be