2008.09.13 Persbericht
CD&V: Geen kinderen meer in gesloten asielcentra
Senator
CD&V-senator
Kort samengevat omvatte het voorstel-Lanjri: een
overeenkomst tussen de familie en DVZ (Dienst Vreemdelingenzaken) met daarin
afspraken omtrent het terugkeermoment, verblijfplaats (eigen woning, bij
vrienden of woning overheid), afspraken rond de meldingsplicht en vooral ook de
toewijzing van een coach die deze gezinnen begeleid bij de voorbereiding van
hun terugkeer. Dit geïnspireerd op het Zweedse en Australische model. Lanjri zorgde er trouwens mee voor dat Grant
Mitchell, de Australische expert, in juni in de Senaat toelichting kwam geven
over hoe Australië werkt met coaches.
Senator Lanjri
heeft wel nog één vraag aan de minister: of zij dit project met coaches ook zou
willen opzetten voor gezinnen die in afwachting van hun verwijdering in hun
eigen woning kunnen en willen blijven. Dit is vooral in het belang van het kind
wanneer het bv. gaat om een vertrek dat nog niet onmiddellijk plaatsvindt maar
pas later, bv. op het einde
Verder moet er veel meer dan
nu geïnvesteerd worden in de vrijwillige en zelfstandige terugkeer. En zouden
veel meer gezinnen met kinderen en in een veel vroeger stadium moet worden
begeleid, liefst vanaf het moment van aankomst in ons land.
Uit cijfers die senator Lanjri in mei van dit jaar verkreeg tijdens een werkbezoek
aan het gesloten centrum 127-bis blijkt dat vorig jaar 188 illegale families,
met in totaal 398 kinderen, opgesloten werden in gesloten asielcentra. Zowat 42
procent van de families komt uit Oost-Europa. Daarna
volgen Azië (en Rusland) met 35,6 procent en Afrika met 14,9 procent. Gemiddeld
verbleven de families 26 dagen in zo'n centrum, maar
de helft zat er wel meer dan veertien dagen. Bijna 50 procent van de families
kent een opsluiting van maximum 2 weken. 70 procent verblijft maximaal een
maand in de centra. Ongeveer 15,4 procent verblijft langer dan twee maanden in
het centrum. 3 gezinnen met kinderen verbleven er langer dan 3 maand. Er werden
in 2007 (188 gezinnen) de helft minder gezinnen met kinderen opgesloten dan in
2006 (399 gezinnen) en ook minder dan in 2005 (247 gezinnen).
"Het streefdoel moet
zijn om geen enkel kind op te sluiten. Voorrang moet gegeven worden aan
vrijwillige terugkeer en andere alternatieven zoals in het voorstel dat ik
uitwerkte. Slechts wanneer er manifeste of herhaaldelijke onwil bestaat om het
alternatief na te leven en er een reëel risico bestaat dat men onderduikt, kan
een verblijf op zeer korte termijn in een specifiek gezinsopvangcentrum als
laatste redmiddel gebruikt worden. Hoe minder dit nodig is hoe beter. Daarom
moet alles op alles gezet worden om de alternatieven voor opsluiting ook echt
te doen lukken", zegt Nahima Lanjri.